Al ruim tweehonderd jaar wordt in ons land gevaccineerd, onder andere tegen de gevreesde pokkenziekte. In 1796 ontdekte de Engelse wetenschapper Edward Jenner dat melkmeisjes nooit besmet werden met de pokken. Tijdens hun werk op de boerderij kwamen zij in aanraking met de ongevaarlijke koepokkenziekte. Jenner concludeerde dat wanneer mensen met de pokkensmetstof van koeien waren ingeënt, dat zij immuniteit tegen pokken hadden opgebouwd.1.
Ook in ons land zag men de grote waarde van de ‘koepokinenting’. In 1799 werd in Rotterdam de eerste vaccinatie uitgevoerd.
Maar men moest dan wel ingeënt willen worden. En daar zat toen, net als nu, het grote probleem. Want niet iedereen wil dat en de vaccinatie was en is op basis van vrijwilligheid.
De resultaten waren echter zo goed en de dreiging van een nieuwe uitbraak van pokken zo groot, dat de regering in 1823 bij wet besloot de koepokinenting verplicht te stellen voor alle kinderen. Wie naar school wilde, moest een door de betrokken arts ondertekend zogenaamd ‘pokkenbriefje’ laten zien.2
Natuurlijk waren er ook in de negentiende eeuw al ‘anti-vaxxers’. Zij verzetten zich tegen, zoals zij het noemden, “een overheid die probeerde binnen te dringen in het bloed van haar burgers”.3 Destijds waren het vooral orthodoxe-protestanten en rooms-katholieken. Zij zagen plagen als pokken als “een gesel Gods, een beproeving waartegen de mens zich niet mocht wapenen”.4 Dank zij hun verzet werd de wet in 1857 ingetrokken. De dreiging van een nieuwe pokkenepidemie zorgde er in 1872 voor dat de wet opnieuw werd ingevoerd. In dat jaar vielen er in Nederland 23.000 doden. De verplichte inenting bleef tot 1976 van kracht; toen was de ziekte uitgeroeid.5
Afgezien van religieuze en andere bezwaren tegen de verplichte vaccinatie, ontstonden er rond de koepokinenting in verschillende kringen de meest dwaze bakerpraatjes. “Veel mensen geloofden dat je er hoorns of een koeienkop van kreeg, of dat je er van ging lopen of denken als een koe”.6 “De hele natie zou ‘verrunderen’”.7
Om in Frankrijk het verzet tegen de inenting te breken liet Napoleon in 1811 zijn pas geboren zoon en troonopvolger in het openbaar vaccineren.8 De Nederlandse koning Willem I noemde de koepokinenting in 1814 “een onschatbaar geschenk van de Voorzienigheid”.9
In 1850.meldde de Edese burgemeester in zijn jaarverslag dat de vaccinatie van tijd tot tijd meerdere tegenstand ondervond “ter zake van godsdienstige dwaalbegrippen”, zoals hij het omschreef. Oorspronkelijk gebruikte de burgervader hier de term “godsdienstige dwalingen” , maar kennelijk vond hij dat te sterk uitgedrukt en streepte hij het woord “dwalingen” door en verving het door “dwaalbegrippen”. In dat jaar waren in Ede slechts 83 van de 310 geboren kinderen ingeënt. In 1866 en 1868 werd geen enkel kind gevaccineerd, terwijl het geboortecijfer jaarlijks boven de 300 lag.
Door betere voorlichting via de huisartsen en de gemeente steeg het besef bij de inwoners dat inenting een noodzakelijke medische handeling is. Rond 1871 was de vaccinatie door veel Edenaren geaccepteerd. Desondanks werden ook daarna nog elk jaar tientallen kinderen niet ingeënt. Met alle risico’s van dien.
Ook hondsdolheid was in de negentiende eeuw een reëel gevaar. Deze ziekte, overgebracht door een hondenbeet, kan de dood van de patiënt veroorzaken. Pas nadat de Franse arts Louis Pasteur een serum tegen deze infectie had ontwikkeld, kreeg men grip op de ziekte.
Het werd dus zaak om maatregelen te nemen tegen het loslopen van honden.
In 1853 nam de Edese gemeenteraad het besluit dat honden alleen mochten loslopen met een metalen muilkorf of muilband volgens een gemeentelijk model. De muilbanden moesten zo nauw zijn dat bijten onmogelijk zou zijn.
De veldwachters hadden opdracht ’s nachts loslopende honden te vangen of te doden. Honden die verdacht werden van hondsdolheid moesten door hun eigenaren worden opgesloten en bewaakt of afgemaakt. Eigenaren die zich niet aan de verordening hielden, werden beboet of kregen een gevangenisstraf van een tot drie dagen.
Dankzij de vaccinaties komen ziekten al pokken en hondsdolheid in ons land niet meer voor.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten