14 De dominees en de kerkelijke moraal (18 januari 2020)

In de negentiende-eeuwse dorpshiërarchie stond de dominee onbetwist bovenaan. Na hem kwamen de burgemeester, de dokter en de notaris. Wanneer een van deze notabelen passeerde, dan werd je geacht halt en front te maken en je pet af te nemen. Dominee was als man Gods, ook de man van gezag. Zijn invloed in de dorpsgemeenschap was bijzonder groot. Door zijn preken en door zijn optreden probeerde menig predikant het leven in het dorp  binnen de perken van allemans fatsoen en vooral binnen de regels van de kerkelijke moraal te houden.
Dat viel niet mee, want de kerkelijke leefregels stemden niet altijd overeen met de vele vormen van bijgeloof en van oude zeden en gebruiken die onder de negentiende-eeuwse Veluwse boerenbevolking nog wijd verbreid waren. Zelfs het geloof aan spoken en aanverwante geestverschijningen kwam nog veelvuldig voor. Dat sommige protestanten notabene bij rooms-katholieken wijwater ter genezing haalden, was de dominees een doorn in het oog. Ook de opvattingen van de toenmalige dorpsjeugd inzake kermisbezoek, drankgebruik en kaartspel, konden niet door de kerkelijke beugel.

Nadat de calvinisten in de zestiende eeuw in de Noordelijke Nederlanden de baas waren geworden, werden veel oude gebruiken afgeschaft. Folkloristische evenementen als de van oorsprong heidense paasvuren, maar ook kermissen, theatervoorstellingen en dansen werden op den duur verboden. De zondagsheiliging betekende het afschaffen van de markt en andere wereldse activiteiten op ‘de dag des Heeren’.
In Ede werd in de negentiende eeuw door de gemeenteraad, waar de orthodox-protestanten de meerderheid hadden, een gedeeltelijk tapverbod ingesteld en in 1853 werden de kermis en het nieuwjaarwensen langs de deuren afgeschaft. De jeugd werd op die manier van vele vormen van vertier beroofd. Geen wonder dat zij af en toe flink uit de band sprong. Voor de predikanten was er dan weer werk aan de winkel. Met menige donderpreek als gevolg.

In zijn strijd tegen drankmisbruik stapte ds. Brouwer vergezeld van zijn wandelstok op gezette tijden een dranklokaal binnen om te zien of daar wellicht catechisanten aanwezig waren. Zijn komst was al voldoende. Zodra hij gesignaleerd was, glipten de jongelui via de achterdeur naar buiten. Ook van een van zijn opvolgers, ds. Kalshoven, is bekend dat hij, gekleed in lange jas, kuitbroek en steek, het oude domineestenue, de jongens uit de kroeg haalde.
Sinds de reformatie is in orthodox-protestantse kringen het kaartspel verboden. Wie desondanks in de huiskamer met zijn vrienden een kaartje legde, moest, wanneer ds. Brouwer passeerde, bliksemsnel ‘des duivels prentenboek’ opbergen in de hoop dat dominee niets had gezien.

Een veel ernstiger zaak waar achtereenvolgende Edese predikanten zich mee bezig hebben gehouden, was het maatschappelijk probleem van de ongewenste zwangerschappen.
Het probleem van de zogenaamde ‘onechte’ , oftewel: ‘buitenechtelijke’ kinderen was niet van vandaag of gisteren. Reeds in de achttiende eeuw had dominee Van Irhoven zich hiermee bemoeid. Hij had een harde lijn uitgezet. In de kerk bestond al de regel dat onechte kinderen niet gedoopt konden worden. In 1724 stelde dominee Van Irhoven in een klassikale vergadering voor, om ‘onechte’ kinderen, noch hun moeders enige ondersteuning door de diaconie te geven. Zijn voorstel werd aanvaard.
Deze ongehuwde moeders bevonden zich in uiterst moeilijke omstandigheden. Door familie, kerk en gemeenschap werden zij aan de kant gezet. Meestal zonder inkomsten en met weinig uitzicht op een huwelijk, waren zij aangewezen op hulp van ouders, of van andersoortige liefdadigheid. Velen van deze maatschappelijke verschoppelingen waren veroordeeld tot de bedelstaf. De kerk van Ede met de dominees voorop, verzaakte haar eerste christenplicht: de zorg voor de zwakken in de samenleving. Ds. Heldring was een uitzondering. Hij stichtte omstreeks 1850 in Zetten een inrichting voor zogenaamde ‘gevallen meisjes’.
De Edese ds. Bähler heeft de bepaling inzake de doop in zoverre versoepeld dat ongehuwde moeders wel met hun kind naar het doopvont mochten, maar pas nadat zij in een kerkenraadsvergadering waren gekapitteld over hun wangedrag en beloofden hun leven te zullen beteren. De doopplechtigheid werd echter niet met de zegebede voor de jonggeborene afgesloten.
Voor deze ongehuwde moeders was het bovendien wrang dat nergens over een boetedoening door de vader, voor zover bekend, noch over enige verantwoordelijkheid zijnerzijds, wordt gesproken. De vader ging kennelijk geheel vrijuit.

Een ander probleem waren de echtscheidingen. Echtscheidingen kwamen in de negentiende eeuw relatief weinig voor. Het was niet alleen een schande, maar ook in strijd met de kerkelijke regel: “Wat God heeft samengevoegd, scheide de mens niet”.
Bovendien was scheiden voor een vrouw vrijwel onmogelijk. Zij zou vrijwel altijd zonder inkomsten achterblijven.
De Edese ds. Brouwer zorgde voor de regel dat het kind van een gescheiden vrouw wel gedoopt kon worden, maar tijdens de doopdienst werd niet het doopformulier gelezen en werden aan de moeder geen vragen gesteld, want “de belofte van een echtbreekster had toch geen waarde”. Nergens een woord over maatregelen tegen de ex-man.
Gescheiden vrouwen werd bovendien de toegang tot het heilig avondmaal ontzegd.
Dat laatste gold ook voor ieder die met justitie in aanraking en veroordeeld was geweest. Deze lieden kwamen onder kerkelijke censuur en dat betekende dat zij niet naar het heilig avondmaal mochten.

Al deze maatregelen hebben geen effect gesorteerd, want zo lezen wij in de Geschiedenis van Ede: “Edenaren van toen en (van alle tijden) zijn ook maar mensen en geen heiligen, al zouden alle kerkenraden en predikanten het nog zo graag anders willen”.

Ook na 1900 koos de kerkenraad van de Nederlands Hervormde kerk in Ede bij het benoemen van een nieuwe predikant steeds voor een orthodox-protestantse voorganger waarvan men verwachtte dat die de strenge kerkelijke moraal wel zou handhaven.

Carel Verhoef, 2020


Het boek 'Ede 1850-1900. Een Veluws dorp op de drempel van de moderne tijd' is hier te bestellen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten