'De Parade' van Dave Eggers (25 januari 2020)

Een nieuw jaar ligt voor ons, lieve vrienden. En dus gaan we om te beginnen meteen maar even een nieuwe weg aanleggen. Een nieuwe asfaltweg nog wel. En hoe doen we dat? Met behulp van een regelneef  en een losbol samen in een land dat opveert na een burgeroorlog. De tamelijk recente roman 'De Parade' van de Amerikaanse schrijver Dave Eggers helpt ons daar bij. De schrijver zelf heeft er zoals altijd – weer enorm veel plezier aan beleefd. Vooral tijdens het schrijven. 'Want', zegt hij, 'verhalen zijn een noodzaak voor een gezonde samenleving. Luister drie uur naar iemand en je ontdekt in elk leven een Tolstoj. Je kunt een Oorlog en Vrede schrijven vanuit elke Eritrese taxichauffeur bijvoorbeeld. '

Wie zijn werk leest en dus kent, gelooft hem onmiddellijk. Eggers is een linkse jongen, maar niet van het drammerige soort. Goed,  hem wordt dan wel eens verweten dat zijn zendelingendrang neigt naar boodschapperigheid, toch draaft hij zelden of nooit door. Zijn geloof in getuigenis-literatuur is onwankelbaar. 'En weet je waarom', zegt Eggers, omdat er op de wereld minstens zes miljard verhalen te rapen zijn''. Met andere woorden, Dave Eggers kan dus nog even vooruit. Toch zou ik 'De Parade' met klem willen adviseren om ten minste iets uit zijn werk te lezen, dat staat voor eigenlijk zijn gehele oeuvre. Pak dan De Parade Een boekje van 138 en een halve bladzijde, makkelijk leesbaar, meeslepend en zeer overzichtelijk. (Uitgeverij Lebowski). En hier gaat het dus over:In een naamloos land wordt na een decennium van oorlog een nieuwe weg aangelegd die de twee helften van het land met elkaar moet verbinden. Twee buitenlandse werknemers zijn verantwoordelijk voor de voltooiing ervan. Terwijl de een dus avontuurlijk is, het nachtleven en de mensen wil ervaren, wil de ander het liefst zo snel en goed mogelijk de klus klaren en dan gauw naar huis.

Hoogste tijd voor een citaat uit dit strakke prettig leesbare boek. Onderaan de eerste bladzijde al  wordt er tuusen de twee buitenlandse werknemers een afspraak gemaakt die -min of meer- bepalend is voor de vorm van het boek. Dat lijkt onprettig lezen verder maar is al lezend verbazend knap bedacht door Dave  Eggers. Aldus heeft de lezer geen last van de onnodige rimram er omheen en zijn de lijnen en gebeurtenissen steeds helder in dit symbolische boek. Eggers abstraheert graag en dat is hier zeker niet ten onrechte. Het Citaat: 'Noem eens een getal.'
'Negen', zei de man in de deuropening met een sluwe glimlach.
' Oké. Je weet hoe het bedrijf tegenover namen staat. Ik weet niet hoe jij heet en jij weet niet hoe ik heet. De komende veertien dagen ben jij Negen. Snap je?'
Om veiligheidsredenen wilde het bedrijf eenvoudige codenamen, bij voorkeur cijfers. Einde citaat.

Klinkt er in deze allegorische roman niet te vaak eene te belerende toon door? Niet in dit verhaal over twee anonieme mannen die ingehuurd worden om 230 kilometer tweebaansweg te asfalteren in een door een recente burgeroorlog verscheurd land. Eggers beschikt over een uitgelezen vertellersinstinct hoe geëngageerd hij ook is. Men noemt en hier en daar al de ware erfgenaam van John Steinbeck en dat is geen slechte kwalificatie.

Die 230 kilometer lange weg asfalteren en markeren lijkt op zich een saai gegeven. Maar is het natuurlijk niet wanneer het als levensader het landelijke achtergestelde zuiden moet verbinden met het stedelijke noorden. Maar daar is wel een race tegen de klok voor nodig, want die klus moet precies in 12 dagen gefikst zijn met behulp van de speciaal ingevlogen asfalteermachine RS-80. Vervolgens zal de trots president de weg daarna met veel tromgeroffel en festiviteiten inhuldigen. Want 'de weg'(tussen aaanhalingstekens brengt immers begrip en doet de haat vergeten.

Een eenvoudig plot? Vergeet het maar. Wat de schrijver vanaf de eerste bladzijden al schept aan abstracte vervreemding en bitsige rivaliteit in een intrigerende atmosfeer doen de lezer al vrij snel de haren te bergen  rijzen. 

Daarvoor dalen we even af naar de hoofdpersonen Vier en Negen met hun ronduit tegengestelde karakters. Vier, een doorgwinterde rot in het vak met 63 gelijkwaardige missies, is uiterst punctueel en voorbereid op alles. Hij verheerlijkt zijn superapparaat de MS-80 zolang hij hem mag bedienen. Citaat:'Eens in de tijd maalt de mens een volmaakte machine, dacht hij, een machine die weinig onderhoud vergt, zijn werk doet en er niets voor terug wil. De nieuwsgierige – al bij voorbaat enigszins feestende - plaatselijke bevolking interesseerde hem niet. Want het aaanleggen van een goede weg was belangrijk werk. Wat er omheen gebeurde kon onmogelijk interessanter zijn. Het schema was hem heilig, net als de bedrijfsorders. Negen daarentegen is in het boek pas aan zijn eerste opdracht toe. Zijn taak is het minimaliseren van obstakels op de nog te asfalteren weg. Daarvoor rijdt hij op een squad voor de machine uit. Maar Negen is een ontembare losbol, getuige de altijd 'bungelende haarlokken  voor zijn ogen, die hij voortdurend opzij en naar achteren strijkt.  Zijn collega/ tegenstrever (bijgenaamd de Klok)  stelt vast: In de zesendertig uur dat Negen in de stad was geweest, had hij minstens een prostituee opgepikt en ergens alcohol gevonden waar dat streng verboden was. Het verhaal schuurt dus door de confrontatie ven diametrale karakters met elkaar. En het gaat van kwaad naar erger. Negen gedraagt zich werkelijk als een losgeslagen veulen, hij knoopt roekeloos contacten aan met de plaatselijke bevolking, neemt deel aan dorpsfeesten en zwemt in mogelijk besmet water. Dat hier dus brokken van komen voel je op je klompen. Maar hoe.. dat moet u zelf maar lezen in dit verrassende boek waarin schrijver Eggers in taal en stijl franjeloos en efficiënt blijft tot de laatste bladzij. Trouw aan zijn leermeester Hemingway met een wrang komische toets en details die in Eggers de rasschrijver laten zien. Warm aanbevolen deze winter.

Gertom de Beer 2020

Geen opmerkingen:

Een reactie posten