Na twee volle jaren van gijzeling door een onzichtbaar virus had Moeder Natuur iets anders in petto: storm. In golven van wind en regen raasden achtereenvolgens Dudley, Eunice en Franklin over ons heen. Brandweer en andere hulpdiensten hadden hun handen vol om takken en bomen te verwijderen, zodat het verkeer niet lang werd belemmerd. Die helpers waren een beetje onze bevrijders.
Bomen en natuurkrachten heb ik altijd spannend gevonden. Op de Lagere School had ik een heel strenge gymleraar voor wie ik bang was. In mijn avondgebedje verklapte ik dat ik erg opzag tegen de gymles. De volgende dag lag de dikke kastanje op het schoolplein horizontaal pal voor de deur naar het gymlokaal. ‘De gymles kan helaas niet doorgaan,’ kwam de conciërge melden in de klas. Wonder, toeval of puur geluk?
Ik heb een haat-liefde verhouding met storm. Als tiener vond ik het heerlijk om als het stormde in mijn hoofd buiten te wandelen tijdens echte storm. En dan het liefst in het bos met stormvlagen die door de boomkruinen jagen. Striemende regen en zwiepende takken leiden af, waardoor de storm in je hoofd luwt. Maar toen overal om me heen de stammen knakten als luciferhoutjes, vluchtte ik naar huis. Twintig jaar later werkte ik in een kantoortje midden in het bos. Mijn collega kwam aan scheuren en parkeerde haastig zijn auto met leeg kinderzitje bij het kantoortje. Hij stormde de trap op. Geraas en een bonk buiten. We keken vanuit de dakkapel naar de parkeerplaats - daar lag een dikke acacia boven op de platte auto van mijn collega.
Storm in de natuur is tot daaraantoe. Maar ook in de wereld van de actualiteit stormt het. Er woedt oorlog aan de oostgrens van Europa. Dat is nog weer een paar maten erger dan een pandemie of code rood. Oorlog hoort iets te zijn van geschiedenisboeken, documentaires, romans en films. Zeker in het nu toch eindelijk beschaafde Europa dat al veel duur leergeld heeft betaald door conflicten en ellende. Vroeger lachte ik om kapitein Haddock die in de strip Kuifje zijn boosheid en angst van zich afwierp. Met een piratenmuts op en een antieke sabel in de hand stormde hij in zijn eentje op een gewapend leger af. ‘Duizend bommen en granaten,’ riep hij, en joeg ze nog schrik aan ook. Maar nu is het bittere ernst, ze vallen echt, die bommen en granaten. Raketten zelfs. Ook op onschuldige burgers die dit niet hadden kunnen voorzien en verwachten.
De eerste vluchtelingenstroom heeft inmiddels ons land en ook Ede bereikt, in het bijzonder Legerplaats Harskamp. Een vage herinnering gaat terug naar de Hongaarse opstand van 1956. Mijn ouders vingen drie Hongaarse vluchtelingen op. Een van hen – Istvan – ving mij weer op toen ik als peuter van de trap viel. Zo helpt een opgevangen vluchteling op zijn beurt een zoon van het gastgezin.
We zullen de vluchtelingen uit Oekraïne ruimhartig ontvangen en danken vooral de gemeenschap in Harskamp voor haar gastvrijheid. De overige Edenaren kunnen hun steentje bijdragen door geld te doneren, kleding en speelgoed te geven. Versnaperingen als stroopwafels of paaseitjes kunnen misschien ietsje pietsje vergetelheid of afleiding brengen. We hopen en bidden dat de oorlogswind zo snel mogelijk luwt, zodat normaal menselijk verkeer in vrede weer mogelijk is. Na een storm merk je pas hoe fijn windstilte is. Misschien dat de waarde van vrede pas echt wordt beseft in tijden van oorlog.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten