´Vaderliefde´ van P.F. Thomése (7 december 2019)

Waarom P.F. Thomése meedogenloos schrijft

Wie zijn eigenlijk je voorouders? Heb je je dat ooit weleens nader afgevraagd, boekenwurmen? De ongrijpbare P.F. Thomése in ieder geval wel. En in zijn laatste boek ''Vaderliefde' zelfs uitputtend. Maar nimmer saai. Hóe doet zo'n man dat?. Hoe houdt íe dat 240 bladzijden vol. Ik ben maar eens gaan lezen. Toen ik het uit had wist het wel: een oer-verteller, die Thomése. “Gloedvol “, schrijft Thomas Veen zijn NRC-recensie. Ïn precieuze zinnen, altijd verzorgde woorden, die soms sierlijk dansen van merkbaar schrijfplezier, en telkens keurig in het gelid gezet zijn. Dat wekt de suggestie van waarheid: precieze zinnen voelen waarachtig. En dat is verraderlijk – je concludeert soms dat net de passages die Thomése met zijn verbeelding invulde het levendigst zijn. Want dat hij de gaten zelf opvult , is geen geheim. Daar is hij romanschrijver voor: Óuders worden geesteskinderen, door jouw kunst tot leven gewekt', raadt hij zichzelf – of het hier fictie of non-fictie betreft, is eigenlijk niet zo interessant.
Allemaal leuk en aardig, maar waar gaat dat boek dan eigenlijk over. Er valt nog een hoop te ontdekken in de famile-annalen. Zeker bij P.F. Thomése. Zo torpedeert hij onder andere de mythe van de adellijke afstamming van de familie en verklaart hij min of meer de bedenkelijke houding van zijn vader in de Tweede Wereldoorlog. En dat doet hij allemaal niet op kinderachtige wijze. Stel je voor: de ouders van P.F. Thomése zijn gestorven, de restanten van hun levens staan in een paar dozen op zolder. De schrijver beseft dat zijn vader en zijn moeder eigenlijk een soort vreemden zijn geweest die de hele tijd een soort toneelstukje voor hem opvoerden. Ooit vertelde zijn vader hem in het schemerdonker voor het slapen gaan eindeloze verhalen. Maar hij repte met geen woord over zijn bloedstollende ervaringen in de Tweede Wereldoorlog. Nou ik er zelf over nadenk: dat deed mijn eigen vader voor zijn dood ook evenmin. Over iets (te) ergs vertel je kennelijk niet. Geen nood , zeggen de boekverslinders, dan heb je altijd nog een moeder gehad. Dat is hem nou juist, die moeder van Thomése vertelde zelfs helemaal nooit iets, al verzweeg zij misschien wel de prachtigste verhalen die je dus moeiteloos in het boek 'Vaderliefde' kunt vinden. Nou en dan voel je het wel aankomen natuurlijk. De 'nagelaten' zoon ontdekt postuum tal van verborgen geschiedenissen en schitterende verzinsels, met daar tussen verborgen absoluut de gruwelijke waarheid. Tezamen vormen de 'gemiste levens' van zijn ouders en voorouders  ongetwijfeld een familieroman. Toch leest Vaderliefde nog meer als de mythologie van een jeugd.

Maar hoe doet Thomése dat. In een interview in de Volkskrant met Haro Kraak zegt de schrijver: Ïk kon dit boek pas schrijven nu mijn ouders allebei weg zijn. Mijn moeder was als de dood voor mijn niets ontziende pen. Ze wilde vooral niet dat ik uit de school zou klappen over de familie. Je gaat toch niet, zei ze dan, opschrijven dat mijn vader een dronkenlap was? Ze was panisch voor gezichtsverlies, juist omdat ze zichzelf niet hoog had. Daarom liet ik haar uit mijn andere boeken. Of ik gebruikte haar karaktertrekken op een manier dat ze het niet doorhad. Mijn vader kwam al vaak in mijn boeken voor, onder meer in Zuidland, Schaduwkind, De onderwaterzwemmer. Dat komt doordat hij doodging toen ik 21 was. Ik heb nooit tijd gehad om hem te leren kennen- dat raadselachtige heeft me altijd getrokken. Aan de andere kant had je mijn moeder die er altijd was. Zij werd pas raadselachtig toen ze dood was.

Vader of moeder? Je moeste dus kiezen.

Ïk vond het best wel grof om, als je moeder net gestorven is, een boek te publiceren dat Vaderliefde heet. Maar het is niet anders. Ik ben een vaderskind. Het is oneerlijk, maar vaders hebben door hun afstandelijkheid en afwezigheid meer kans uit te groeien tot een personage. Net zoals een onbereikbare liefde sterker is voor een verhaal. “


De schrijver(1958) , die zelf vroeger nogal recalcitrant was, en brak met de wensen van zijn ouders omdat hij schrijver werd die tenminste de vrijheid najoeg en nog najaagt, geeft toe dat hij ook in het boek nogal hard oordeelt over zijn ouders, hoewel hij door het leven ook absoluut milder is geworden dan vroeger. Als een paal boven water staat dat een en ander zeker smakelijke verhalen oplevert. Vooral wanneer de verloren oorlogsgeschiedenis van vader opduikt, want dan gaat het ook prikkelen. En dat deed het nog niet echt toen het over zijn moeder ging. Want zij was zo zwijgzaam en stijf dat Thomése er eigenlijk geen raad mee wist. Al die ingehouden emoties, al dat wegstoppen van haar zelf. Ze was – wat de schrijver betreft – van ganser harte oninteressant geworden. En dat is best pijnlijk. Zo pijnlijk zelfs dat het onder meer deze tragisch-mooie metafoor oplevert: 'Ze had geleerd haar kansen af te wachten, als een hond op de stoep voor de slagerij. Je moeder is toch niet zo simpel als een beest?

Nou ja , voor de schrijver viel over vader in elk geval meer te vertellen. Misschien voelde de zoon al dat hij nu eenmaal meer op hem leek dan op haar. Opvallend is ook dat gaandeweg de zoektocht van de schrijver eigenlijk het voornaamste verhaal wordt in Vaderliefde. Centraal staat de verteller, dus eigenlijk de zoon of misschien Thomése zelf wel. Wat hij er zelf schuldbewust over zegt?
Ïk vul hier mijn ouders' geluk in, maar besef dat het de inkleuring is van een plaatje dat in feite grijs is. En waarom ik dat invul? Ik wil ze  ervoor behoeden mijn ouders te worden die ouders, een gezinsgevangenis te stichten en zich te ketenen aan allerlei voorschriften waarin ze onmogelijk werkelijk geloofd kunnen hebben.

Omdat dit boek zo mooi geschreven is is het op z'n minst de moeite waard. Het is ook zo anders dan anders. Nee, niet dat zich uit de verhalen over anderen ook een autobiografie van de schrijver vormt (maar wat lijkt hij toch op zijn vader). Want , zegt Thomese: “Hoe mijn vader alles op papier zette was geen nostalgie, maar noodzaak. Hé had de schrijver daar bij dit boek ook geen last van?  En houdt de schrijver puur als schrijver nou van verhullen of onthullen, net als zijn vader.
Nog één keer terug naar een fragment uit het interview van Haro Kraak in de Volkskrant.

“Er staat geen 'roman' op de kaft van mijn nieuwe boek en ik heb nauwelijks iets verzonnen in dit boek. Maar ik noem Vaderliefde toch zonder aarzeling een familieroman. Een geschiedenis beschrijft een feitelijke werkelijkheid, een roman is gericht op een innerlijke werkelijkheid. Ik ken geen ander genre waarin de zielenroerselen van mensen zo overtuigend worden gevat.”

Of Thomése nou strikt eerlijk over zichzelf en anderen of niets liever dan zo meedogenloos mogelijk geeft hij aan over het verhaal over zijn achternaam. Dit zegt hij er over:
“De accent aigu in Thomése is een historische vrijpostigheid geweest van mijn overgrootvader, de generaal, die zijn bastaardenafkomst wilde opwaarderen. Hij begon zijn naam zo te schrijven (met streepje). Maar als ik naar de burgerlijke stand kijk, zie ik het streepje nergens, op mijn paspoort staat ge woon Thomese. Mijn oudste zusje schrijft haar naam zander accent. Die houdt zich aan de feiten. Maar ik ben schrijver, ik mag mijn naam verzinnen.”


“Binnen de familie is er altijd mysterieus gedaan over onze stamboom. We zouden van adel zijn, afstammen van hugenoten, maar dat is allemaal verzonnen. Ik heb het spoor teruggevolgd naar een huisschilder die een bastaardzoon was. Dat loopt dood. Mijn vader vermoedde wel dat de stamboom niet helemaal klopte. Hij had er plezier in om de bastaardafkomst ter sprake te brengen. Om de familie op de kast te jagen..”


Nee, echt bang was Thomése altijd over zijn vader. Dat die echt fout was in de oorlog, omdat hij al rechtenstudent in 1943 de loyaliteitsverklaring getekend had en daarmee de wetten van de bezetter onderschreef.

“Maar ik was erg opgelucht toen ik in het huis van mijn moeder een mapje tegenkwam met daarop geschreven B.S. Wat stond voor Binnenlandse Strijdkrachten, de groep die werd gevormd van alle losse verzetsgroepen in 1944 toen Nederland bijna bevrijd was. Mijn moeder had later nog op het mapje bijgeschreven: Frits 40-45.
Er zat onder meer een handleiding in hoe je stenguns moest demonteren. En een stencil over hoe je wapens van Duitse makelij moest gebruiken. Mijn vader beroofde in de duinen de bunkers van Atlantikwall, waar springstoffen en wapens lagen. Als je werd betrapt , werd je standrechtelijk geëxecuteerd. Hij heeft met de dood op de hielen geleefd. Hij bleek ook een maand in een dwangarbeiderskamp te hebben gezeten, de hel van Rees werd dat genoemd. Hij is ontvlucht en teruggelopen naar Haarlem, in elf dagen. Later dacht ik: waarom heeft hij over al die zaken nooit verteld ? Het was te erg voor woorden, denk ik, te vernederen. Niemand die in een kamp zat, vertelt daar graag over. Dat geldt ook voor het verzet: het lijkt stoer, maar je staat natuurlijk doodsangsten uit. “

Tot slot, hoe meedogenloos is P.F. Thomése eigenlijk?
Äls schrijver ben ik meedogenloos en leg ik graag zaken bloot. Maar in de literatuur bestaat het effect: onthullen door te verhullen. Door te suggereren maar niet te zeggen, onthul je vaak meer dan door de platte feitenreeks te debiteren. De lezer moet de onthulling zelf afmaken. Lezen is een creatieve bezigheid, vandaar dat niet iedereen het kan. Een roman lezen betekent dat je een tekst tot leven brengt met je eigen gevoelens, gedachten en associaties. Als je dat allemaal niet meeneemt, is er niets aan. Dan is het boek één ster waard, voor je eigen ongevoeligheid. Het boek kan nooit beter zijn dan de lezer.”

Daarom beveel ik u Vaderliefde dan ook zo van harte aan. Uitgeverij Prometheus, 251 bladzijden, 19,99 euro. Knap schrijverschap en voor de kerst zeker iedere euro waard. Tot een volgend keer boekenmensen! 




Gertom de Beer 2019


Geen opmerkingen:

Een reactie posten